'Ik voel me best speciaal'

Buiten is het 25 graden, maar het interview met Jorn doen we binnen aan tafel. Door de stamceltransplantatie en bijbehorende medicatie is zijn huid nog te gevoelig voor direct zonlicht. Het is een van de weinige zaken die verraden dat de 20-jarige carrosseriespecialist-in-wording er twee zware kankerbehandelingen op heeft zitten. ‘Ik heb iedereen verbaasd.’

Jorn was 17 jaar toen hij in de zomer van 2016 een pijnlijke knie liet onderzoeken. Hij dacht aan een ontsteking, het bleek een kwaadaardige bottumor in zijn bovenbeen. ‘Ze hadden eerst mijn papa gebeld. Toen ik die avond vroeg of ik met mijn brommer naar mijn maat mocht - ik had eigenlijk nog geen rijbewijs - ging hij plots akkoord. Toen had ik door dat er slecht nieuws kwam.’

Ik had amper bijwerkingen van m'n stamceltransplantatie. Ik heb iedereen verbaasd.

Daarna ging het snel. Zware chemo, een operatie waarbij zijn knie wordt vervangen door een prothese en opnieuw chemo. ‘Die eerste chemobehandeling was de hel. Kruipen naar de wc, amper energie om mijn gsm vast te houden, stoppen met school. Zelfs Bednet ging niet. Maar het ging beter en beter. Een klein jaar na de diagnose, in juni 2017, stond ik er weer.’

Zware klap

Jorn nam voorzichtig de draad weer op. ‘School was nooit mijn ding. En na mijn ziekte had ik al helemaal geen zin meer om tussen jongere klasgenoten te zitten.’ Hij probeerde zijn opleiding tot lasser in deeltijds onderwijs af te werken, maar lang rechtstaan lukte niet met zijn prothese. Ook solliciteren verliep hobbelig. Hij besloot zich in te schrijven voor een opleiding carrosserie. Het was opnieuw zomer.

‘Aan die opleiding ben ik nooit begonnen. Een jaar na mijn laatste chemo bleek op een controle dat ik secundaire leukemie had, een gevolg van mijn eerste chemobehandeling. Erg zeldzaam, maar ik had prijs. Het was een zware klap. Mijn eerste reactie? Dat ik er genoeg van had. Ik wou niet meer. Mijn papa heeft me toen overtuigd om toch door te zetten.’

‘Ik had de keuze: opnieuw chemo of een stamceltransplantatie. Omdat ik bij die laatste minder kans zou hebben op herval, heb ik daarvoor gekozen. Maar dan moest de ziekte eerst teruggedrongen worden. Er volgde een routine van een kleine maand in het ziekenhuis voor chemo, twee weken naar huis en dan opnieuw. Die reeks heb ik uiteindelijk vijf keer moeten doen.’

‘Het verblijf in het ziekenhuis moest op een steriele kamer, omdat ik geen infecties mocht oplopen. Dat was best zwaar. Vier muren en een deur die niet open mocht. Alle gezichten verstopt achter een mondmasker. Gelukkig hield mijn papa mij gezelschap en had ik Netflix. Ik heb de app zowat uitgekeken. (lacht)

Snoepkaart

‘Ze hadden me gewaarschuwd dat de zoektocht naar een geschikte donor even kon duren, maar na enkele maanden was er toch een match. Het enige wat ik weet, is dat het iemand uit Duitsland was. Ze mogen me geen andere info geven. Dat vind ik jammer, want die persoon heeft mijn leven gered. Ik zou graag merci kunnen zeggen.’

‘Op de vakantieweek van Kom op tegen Kanker in Oostende heb ik gebabbeld met andere mensen die al zo’n transplantatie achter de rug hadden. Dat hielp. Zo vertelden ze me dat de afdeling een snoepkaart heeft, waarmee je snacks zoals chips en snoep kunt bestellen.’

Of ik me zorgen maak over de toekomst? Eigenlijk niet. Ziek zijn heeft me veel geleerd.

‘In januari 2019 was het zover. Eerst kreeg ik nog enkele dagen zware chemo. Die vernietigde alle resterende cellen in het beenmerg zodat de donorcellen hun werk konden doen. Sommige mensen zijn daar heel ziek van, bij mij viel het gelukkig goed mee.’

‘Tijdens de transplantatie zelf, eigenlijk gewoon een bloedtransfusie, hing er continu een spanning in de kamer: gaat het aanslaan? Maar ik had amper bijwerkingen en ook de recuperatie verliep vlot. Na drie weken mocht ik al naar huis, terwijl ze me vooraf gezegd hadden dat het tot acht weken kon duren.’

‘Eigenlijk heb ik iedereen continu verbaasd. Niet alleen door twee keer een zeldzame kanker op te lopen, maar ook door zo snel te herstellen. De kinesist, een student, moest zelfs op zoek naar zwaardere oefeningen omdat ik zo snel vooruitging.’

Passie

Buiten voor de deur staat een zwarte Golf. ‘Zelf verlaagd’, zegt Jorn trots. ‘Ik was al geïnteresseerd in auto’s, maar door ziek te zijn, is het een passie geworden. Het hield me bezig en gaf me een doel.’ Deze zomer schrijft hij zich opnieuw in voor de opleiding carrosserie. ‘Of ik me zorgen maak over de toekomst? Eigenlijk niet. Ziek zijn heeft me veel geleerd. Zo pannikeer ik niet zo snel meer. Hoe erg de dingen soms ook lijken, na regen komt zonneschijn. Ik ben het bewijs.’