‘Mijn arm verzorg ik goed, zo kan ik me niks verwijten’

Tijdens een borstoperatie werden bij Wendy (36) de lymfeklieren in haar rechteroksel weggenomen. Sindsdien loopt ze risico op lymfoedeem, waarbij water en afvalstoffen ophopen in het weefsel net onder de huid. ‘Het wringt dat ik hier op mijn leeftijd al mee geconfronteerd word, maar ik laat het hoofd niet hangen. Ik doe er alles aan om mijn arm goed te verzorgen, zodat ik mezelf later niks kan verwijten.’

Wendy had al een tijdje last van haar borst voordat ze zich liet opereren. ‘Volgens mijn dokter en gynaecoloog had ik last van littekenweefsel na mijn borstverkleining, maar ik vertrouwde het niet helemaal’, legt Wendy uit. ‘Op een avond zei ik tegen mijn man: ’Het zal toch geen borstkanker zijn ?’. Nog geen vier weken na die eerste operatie lag ik opnieuw op de operatietafel: het bleek inderdaad borstkanker te zijn.’

Op het moment van haar diagnose was Wendy 32 jaar. Ze voelde zich voor het eerst een echte vrouw. ‘Kanker was in mijn hoofd iets dat je kunt oplossen dus ik zei tegen mezelf: ‘Bring it on!’. Ik ben er vanaf het eerste moment volop voor gegaan. Van de chemo heb ik geen last gehad. Ik ben toen zelfs bijgekomen omdat ik echt zat te vreten telkens ik chemo kreeg. Niet eten, maar vreten’, lacht Wendy. ‘Op dat moment stond ik nog niet stil bij lymfoedeem.’

‘Ook al heb ik geen lymfoedeem scrollen op het internet, slapen of seks zijn niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger sinds m’n lymfeklieren uit m’n rechter oksel verwijderd zijn.’

Wendy

Doordat de lymfeklieren in haar rechteroksel weggenomen zijn, loopt Wendy nochtans risico op lymfoedeem. ‘Mijn rechteroksel is altijd dik’, vertelt ze. ‘Mijn arm voelt vaak heel zwaar en moe aan. Veel dingen die normaal vanzelfsprekend zijn, zijn dat vandaag niet meer. Ik heb ook een oogziekte, de ziekte van Best, waardoor ik maar 30 à 40 procent zie. Dat maakt het er niet makkelijker op.’

Enkele dagen bekomen

Toch blijft Wendy niet bij de pakken zitten. Ze gaat elke twee weken naar de kinesist voor manuele lymfedrainage, draagt vaak een compressiekous en onderging een operatie waarbij bepaalde aders met elkaar verbonden werden. ‘Van grotere inspanning moet ik enkele dagen bekomen. Daarom probeer ik bijvoorbeeld te poetsen vlak voor ik naar de kinesist ga. Die bezoekjes doen echt deugd. Zij masseert met zachte bewegingen het vocht naar boven. Dan kan ik daarna echt even ontspannen en heb ik minder last van mijn arm.’

‘Wat ik ook vaak doe, is mijn arm over een tennisbal rollen. Dat voelt heel goed en maakt me rustig in mijn hoofd. Door mijn oogziekte ben ik bang om te vallen op mijn arm. Dat gebeurde op vakantie een keer en toen heb ik volledig in paniek mijn arm in de koelkast gelegd. Ik wist niet wat te doen. Een goede uitleg in het ziekenhuis over lymfoedeem is wel iets dat ik gemist heb. Vaak gaat alles ook zo snel dat je vergeet om er zelf naar te vragen.’

De moeheid en pijn in Wendy’s arm hebben een grote invloed op haar leven. ‘Lang schrijven, scrollen op het internet, iets van een hoge plank nemen, slapen of seks zijn niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger. Na een vrijpartij masseert mijn man vaak mijn arm omdat die zoveel pijn doet. Het is goed dat hij dat kan, maar romantisch is dat niet.’

‘Het was echt zoeken naar wat ik nog allemaal kon en wat niet. Ik ging bijvoorbeeld heel graag naar de sauna, maar verdraag dat niet meer. In een biosauna kan ik wel ongeveer tien minuten blijven zitten. Die is minder warm. En afgelopen zomer toen het 35 graden was, bond ik een ice pack onder mijn oksel. Dat deed zo’n deugd.’

Eigen systeem om kleren te kopen

Om kleding te kopen bedacht Wendy haar eigen systeem. ‘Ik let erop dat kledij niet spant aan mijn arm en vooral niet aan mijn oksel. Dat kan ik echt niet verdragen. Daarom loop ik vijf minuten rond in de winkel met die nieuwe kleren aan. Ik reik dan met opzet een paar keer boven mijn hoofd. Zo weet ik of ik dat kledingstuk verdraag of niet.’

Ondertussen kent Wendy haar grenzen, net als haar gezin. ‘Mijn zoontje weet dat hij voorzichtig moet zijn en mijn man ondersteunt mij waar hij kan. Het is jammer dat ik er op mijn leeftijd al mee geconfronteerd word, maar ik besef dat er mensen zijn die het erger hebben dan ik. Mijn arm blijf ik goed verzorgen, zodat ik mezelf later niks kan verwijten.’