‘Geloof bracht innerlijke rust in turbulente tijden’

Hamid en Sander, twee gelovige dertigers, werden een paar jaar geleden met kanker geconfronteerd. Hun godsdienst hielp hen de ziekte te counteren. ‘Ons geloof bracht houvast te midden van de turbulentie die bij kanker komt kijken’, beamen beiden.

Hamid (32 jaar) groeide op in een islamitisch gezin en krijgt vandaag nog altijd immuuntherapie tegen chronische leukemie. Dat houdt hem niet tegen om als zelfstandig thuisverpleger te werken. Hamid koestert z’n roots en is gematigde moslim. Bij Sander (30 jaar) komt z’n godsdienst op de eerste plaats. Hij bekeerde zich als prille twintiger tot het Pinkster Protestantisme. ‘Een verademing’, aldus Sander. ‘Toen ik de diagnose teelbalkanker kreeg, wist ik door mijn geloof dat ik erdoor zou geraken. Daar heb ik geen moment aan getwijfeld.’

Full size
Hamid: 'Ik kan goed onder woorden brengen hoe ik mijn ziekte beleef. Misschien omdat ik in de zorgsector werk?'

Hamid: ‘Ik twijfelde in het begin wel, hard zelfs. Mijn diagnose klonk als een doodsvonnis. Ik heb twee tantes verloren aan leukemie. Gelukkig doet immuuntherapie al twee jaar z’n werk, zonder al te veel bijwerkingen ondertussen. Ik ben nog weleens moe of vergeetachtig, maar kan weer voltijds als zelfstandig thuisverpleegkundige. Ik zou gek worden anders.’

Wat zegt je godsdienst over ziek zijn?

Hamid: ‘Dat enkel wie geliefd is door God op de proef gesteld worden met bijvoorbeeld een ziekte. Ik heb me een tijdje afgevraagd waarom ik kanker kreeg. Toen ik er dieper over nadacht, zag ik het positiever. Als God me graag ziet, zou hij me niet doen afzien. Zo kon ik vrij snel verder gaan met mijn leven.’

Sander: ‘Ook mijn geloof heeft mij echt vooruitgeholpen. In de bijbel staat dat God alleen maar het goede wilt voor ons, zijn leerlingen. Dat sterkte het gevoel dat ik zou genezen. Aan de mensen in de kerk vroeg ik dan ook te bidden voor m’n artsen: dat God hen wijsheid mag geven en hen mocht begeleiden bij de operatie en andere behandelingen. In de tweede plaats vroeg ik hen om te bidden voor kracht zodat ik er tegenaan kon gaan. Toegegeven, die eerste momenten na m’n diagnose worstelde ik met de waarom-vraag. Ik had enkele jaren ervoor m’n grootvader verloren aan botkanker en dat kwam allemaal weer naar boven. Nu weet ik het antwoord: met mijn verhaal kan ik anderen bemoedigen.’

Vond je het moeilijk om over je ziekte te praten?

Hamid: ‘Ik kan goed onder woorden brengen hoe ik mijn ziekte beleef. Misschien omdat ik zelf in de zorg werk? Bij mijn ouders lag dat anders. Dat had te maken met m’n tantes en met het taboe dat rond kanker heerst in een moslimgemeenschap. Vroeger werd ziek zijn beschouwd als boetedoening voor het slechte in je leven. Maar als je de overleveringen leest, is dat niet waar.’

M’n geloof gaf anderen ook een manier om te helpen: wie hulp aanbood, vroeg ik een smeekbede voor me te zeggen.

Hamid
Full size
Sander: 'Godsdienst komt op de eerste plaats in mijn leven. Ik heb altijd een bijbel bij.'

‘Het deed me deugd dat familie en vrienden passages reciteerden waaruit blijkt dat wie ziek is, beproefd wordt omdat God je graag ziet. M’n geloof gaf anderen ook een manier om te helpen: wie hulp aanbood, vroeg ik een smeekbede voor me te zeggen. Toch stond godsdienst niet altijd centraal in de gesprekken over m’n ziekte. Een vriendin van me is oncologe in het UZA. Er is geen enkel taboe, ook al is ze moslima. Het wetenschappelijke, het medische primeert. Niet toevallig twee aspecten die belangrijk zijn in de islam.’

Sander: ‘Dat kan ik alleen maar beamen. Ook het protestantisme veegt wetenschap niet van tafel. Voor ons werkt God ook in het medische, het natuurkundige, het wiskundige.’

‘Het taboe waarover Hamid spreekt, was in mijn omgeving afwezig. Van in het begin kon ik er heel open over praten met mijn familie en de mensen in de kerk. Net als bij Hamid hebben die laatsten voor mij gebeden. Dat moedigde me aan om door te gaan.’

Hoe veranderde je ziekte je leven?

Sander: ‘Godsdienst staat sindsdien nog centraler in mijn leven. Sinds God weer op de eerste plaats in mijn leven staat, gaat het opnieuw de goede kant uit.’

Hamid: ‘De laatste twee à drie jaar voor mijn diagnose was ik constant druk in de weer. Ik onderhield de contacten met mijn familie zo goed mogelijk, maar eigenlijk zag ik hen amper. Kanker heeft mij met m’n beide voeten op de grond gebracht: het leven meer is dan hard werken alleen.’