‘Ik heb leren luisteren naar mijn lichaam’

Tom (24) was net gestart als kleuterleerkracht en stond op het punt te gaan samenwonen met een vriendin, toen een MRI-scan een zeldzame hersentumor aan het licht bracht. Er volgden een operatie, bestralingen en een jaar chemo. ‘Tot dan leefde ik aan 200 kilometer per uur, had altijd energie te veel. Plots bijna niets meer kunnen, dat vond ik heel frustrerend.’

‘De dag voor mijn operatie, 15 november 2015, ben ik nog met mijn vrienden van de scouts een goede durum gaan eten. Want met dat ziekenhuiseten weet je maar nooit. Ik heb ze toen een mop op mijn achterwerk laten schrijven. Voor de dokters op de operatietafel, als verrassing (lacht).’

Full size
Op sommige dagen sliep ik nachten van vijftien uur, ging ik ’s morgens naar beneden om een toastje te eten en lag ik daarna weer twee uur te slapen in de zetel.

‘Of ze het een goede mop vonden, heb ik niet meteen kunnen vragen. Na de ingreep ben ik in een subcoma terechtgekomen. Eén kans op de honderdduizend, maar ik had prijs. Mijn leven heeft toen echt aan een zijden draadje gehangen. Ik heb een maand in het ziekenhuis gelegen, kon aanvankelijk enkel mijn armen en benen bewegen. Maar ik ben hersteld. Toen moest mijn behandeling nog beginnen.’

Vermoeidheid

‘Hoewel de bijwerkingen van de chemotherapie in mijn geval al bij al meevielen, had ik van in het begin wel veel last van vermoeidheid. Dat was niet evident om te aanvaarden. Ik was voor mijn diagnose altijd een heel actieve gast. Ik zat bij de zeescouts, reisde graag en ging vaak op stap met vrienden. Dat was plots gedaan. Als ik naar een feestje ging, trok ik al om tien uur noodgedwongen naar huis omdat ik te moe was. Ook doodnormale zaken, zoals iets gaan drinken op café, waren niet meer vanzelfsprekend. Ik kon die prikkels niet meer verdragen.’

Mijn leven heeft toen echt aan een zijden draadje gehangen. Maar ik ben hersteld.

Tom

‘Op sommige dagen sliep ik nachten van vijftien uur, ging ik ’s morgens naar beneden om een toastje te eten en lag ik daarna weer twee uur te slapen in de zetel. Dat vond ik, zeker in het begin, heel frustrerend. Maar op mijn verjaardagsfeestje, in oktober 2016, had ik wél bakken energie. Dan heb ik tot drie uur ’s nachts op de dansvloer gestaan. Je kan het niet voorspellen.’

‘Ik heb het afgelopen jaar mijn eigen lichaam en vooral de grenzen ervan echt goed leren kennen. Laatst had ik afgesproken met mijn oma om naar de stad te gaan. Maar op weg naar haar, amper honderd meter van onze deur, voelde ik al: het zal niet voor vandaag zijn. Ik probeer alles, maar stop op tijd. Want ik weet ondertussen: als ik nu toch dat eindje wandel of dat stukje cake eet, zit ik straks met de gebakken peren. Ondertussen kan ik dat beter plaatsen.’

Op cruise

‘Het moeilijkste is niet de vermoeidheid, maar om als jonge gast opnieuw zo afhankelijk te zijn. Van mijn ouders, van de verpleging, van mijn rollator. Mezelf in het begin niet kunnen wassen, altijd hulp nodig hebben om me te verplaatsen. Niet meer gewoon op de fiets kunnen springen of de tram nemen. Dat was mentaal soms heel zwaar. Mijn vrienden en familie hebben mij erdoor getrokken op die moeilijke momenten. Langsgaan bij de scouts, een dag naar de Efteling met een vriendin, naar William Boeva met m’n vader: zo kon ik mijn batterijen weer opladen.’

‘Voor mijn diagnose, zo’n twee jaar geleden, ben ik samen met mijn beste vriendin naar Thailand geweest. Toen hebben we afgesproken: we gaan ieder jaar een maand op reis. Dat lukte natuurlijk niet met kanker, maar daarom moet ik nog niet thuis blijven. We hebben de plannen gewoon aangepast naar een tiendaagse cruise langs de Middellandse zee. Zo konden we, als de vermoeidheid toesloeg, gewoon op de boot blijven. Het was zalig, echt wat ik nodig had.’

Full size
Die mop op mijn achterwerk? De dokters hebben me, met enkele weken vertraging, verteld dat ze goed gelachen hadden.

Vrijwilligerswerk

‘In februari liep mijn laatste chemokuur af. De oncoloog zei dat het wel tot zes maanden kan duren voor alle chemo uit mijn lijf is. De vermoeidheid is niet van de ene dag op de andere verdwenen. Mijn lichaam heeft nog heel wat tijd nodig om op kracht te komen. Werken zit er dus voorlopig niet in, maar ik hoop dit jaar nog wat vrijwilligerswerk te starten op school. Verhaaltjes voorlezen en dat soort dingen. En alleen gaan wonen. Er is een lift in het gebouw, dus als het moet mét rollator. Ik heb de knop in mijn hoofd omgedraaid: ik wil nu echt vooruit.’

‘En die mop op mijn achterwerk? De dokters hebben me, met enkele weken vertraging, verteld dat ze goed gelachen hadden. Het klinkt misschien als een cliché, maar humor en positief denken, dat is echt de helft van het genezingsproces.’